Tag Archives: Regelgeving

Boels Zwolle is écht uniek, ook voor de Nederlandse Stichting Geluidshinder

Het doel van de Nederlandse Stichting Geluidshinder is geluidshinder in Nederland te voorkomen en te bestrijden. Als onafhankelijke, ongebonden organisatie streeft zij daarbij naar de bescherming van (potentieel) gehinderden en van geluidsgevoelige gebieden.

img_logo-nsgDe activiteiten die de NSG uitvoert zijn onder te verdelen in:

  • beleidsbeïnvloeding, waaronder de ‘waakhondfunctie’;
  • beïnvloeding van de publieke opinie, door algemene (landelijke) publieksvoorlichting;
  • persoonlijke voorlichting op verzoek (‘vraagbaakfunctie’).

De NSG beschikt over veel kennis op het gebied van geluid, geluidshinder en de bestrijding ervan. Iedereen met vragen over dit onderwerp kan gebruik maken van deze kennis. Zowel overheden, bedrijfsleven als particulieren.

Navraag bij Nederlandse Stichting Geluidshinder leert dat ook zij geen vergelijkbare situaties in  Nederland kent, die met deze intensiteit te maken hebben met het fenomeen “akoestische alarmsignalering” . Zwolle is dus blijkbaar de enige Gemeente in Nederland die dit “overkomt”.

Lawaai van machines in de buitenlucht en de Europese Unie

De Europese Unie streeft naar het verder terugdringen van geluidsoverlast. Dat doet zij op vele manieren. Bijvoorbeeld door lokale overheden te dwingen om lokaal maatregelen te nemen voor dat terugdringen (zie daarvoor Actieplan Geluid gemeente Zwolle)

Ook ten aanzien van machines en apparatuur stelt de EU steeds strengere eisen.

Voor wat betreft alle zware bouwmachines van Boels is dat v.w.b. Nederland geregeld in de “Regeling Geluidsemissie buitenmaterieel“.

In de bijbehorende pre-ambule van het besluit van het Europees Parlement en de Raad wordt in paragraaf 15 expliciet aangegeven dat de lidstaten het gebruik van materieel in de open lucht moeten kunnen beperken overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag, teneinde de burger te beschermen tegen onredelijk hoge lawaaibelasting.

Laten we hopen, dat een gang naar de Europese rechter niet nodig is.

Europese Unie en geluidsoverlast

De EU blijft streven naar vermindering van geluidsoverlast voor haar burgers. Dat blijft nog steeds een probleem. Zie daarvoor ook de actieplannen die Gemeenten in het kader van het terugdringen van overlast moeten maken (voor Zwolle: klik op deze link)
In Europees verband vindt er een herbezinning plaats op de tot nu toe geldende meetnormen.
Geluid wordt op verschillende manieren gemeten. De meetmethode die het meest aansluit bij de “ontvangst”-mogelijkheden van het menselijk oor, wordt dB(A) genoemd.
Bij de die meetmethode wordt minder waarde gehecht aan lage tonen, omdat de mens die minder goed kan waarnemen.
Maar in bepaalde situaties (denk aan popconcerten en windturbines of zware industrie) is het laagfrequente geluid wel degelijk hoorbaar. In dat geval wordt bij het meten meer waarde toegekend aan de lagere frequenties. Die meetmethode wordt dB(C) genoemd.
In het kader van handhaving zijn de waarden in dB(A) in Nederland vooralsnog bepalend. Maar een gemeente kan de dB(C) waarden formuleren in regels om lage tonen te beheersen. Indien een geluidsbron veel lage tonen bevat zal de dB(C)-waarde veel hoger uitvallen dan de dB(A). Indien de dB(C)-waarde 15 dB hoger is dan de dB(A)-waarde heeft het brongeluid een sterk laagfrequent karakter. Bij de beoordeling van de hinder betekent dit dat de grenswaarde in het kader van het Activiteitenbesluit van 50 dB(A) in de dagperiode voor de gevel van de woning niet hoger mag zijn dan 65 dB(C) als gemiddelde waarde (langetijdgemiddelde). Voor kortstondige activiteiten wordt een Lmax= 70 dB(A) in de dagperiode gehanteerd.

In Europees verband wordt steeds meer overwogen om bij het bepalen van geluidsoverlast ook de db(C)-meting te betrekken.

Brommen en gepiep, hoe zit dat eigenlijk?

Het belangrijkste gedeelte van de door ons ervaren overlast bestaat uit:

  • de luid akoestische alarmsignalering (de hoogfrequente “piep”geluiden) en
  • het langdurig laten draaien (ook op vol vermogen) van de zeer zware bouw- werkmachines (het laagfrequente “gedreun en gebrom”) .

Hoe moet/kan hier mee worden omgegaan als hierdoor overlast ontstaat?

Hierover hebben wij contact gehad met de Nederlandse Stichting Geluidshinder.

img_logo-nsg

Akoestische signalering

De akoestische signalering van motorvoertuigen moet worden meegenomen bij de beoordeling in het kader van de Wet milieubeheer en getoetst worden aan de grenswaarden zoals die zijn vastgelegd in de milieuvergunning dan wel in het Activiteitenbesluit. Bij deze beoordeling zal dan een straffactor van 5 dB(A) moeten worden gehanteerd i.v.m. het tonale karakter ervan. De overheid is bevoegd om bij overlastgevende situaties beperkende voorwaarden aan een bedrijf op te leggen. Het gebruik van akoestische signalering is overigens, in tegenstelling tot wat veel mensen denken, niet bij wet of anderzins verplicht.

Het laagfrequente “gedreun en gebrom”

Geluid wordt op verschillende manieren gemeten. De meetmethode die het meest aansluit bij de “ontvangst”-mogelijkheden van het menselijk oor, wordt dB(A) genoemd.
Bij de die meetmethode wordt minder waarde gehecht aan lage tonen, omdat de mens die minder goed kan waarnemen.
Maar in situaties met hogere volumes (denk aan popconcerten) is het laagfrequente geluid wel degelijk hoorbaar. In dat geval wordt bij het meten meer waarde toegekend aan de lagere frequenties. Die meetmethode wordt dB(C) genoemd.

In het kader van handhaving zijn de waarden in dB(A) bepalend. Maar een gemeente kan de dB(C) waarden formuleren in regels om lage tonen te beheersen. Indien een geluidsbron veel lage tonen bevat zal de dB(C)-waarde veel hoger uitvallen dan de dB(A). Indien de dB(C)-waarde 15 dB hoger is dan de dB(A)-waarde heeft het brongeluid een sterk laagfrequent karakter. Bij de beoordeling van de hinder betekent dat de grenswaarde in het kader van het Activiteitenbesluit van 50 dB(A) in de dagperiode voor de gevel van de woning niet hoger mag zijn dan 65 dB(C) als gemiddelde waarde (langtijdgemiddelde). Voor kortstondige activiteiten wordt een Lmax= 70 dB(A) in de dagperiode gehanteerd.
Kortstondig betekent in dit geval incidenteel.

In ons geval is het verschil tussen dB(A) en dB(C) ongeveer 20 tot 25 dB, zowel in de buitenlucht als binnen in huis,

Bijgaand treft u als voorbeeld een meetpagina uit het akoestisch rapport aan. Het betreft een van de herrie producerende machines. Wat opvalt is dat er geen informatie is opgenomen over de geproduceerde dB(C)-geluidsdruk. Het grote verschil dat zich voordoet tussen dB(A)-meting en dB(C)-meting is op deze wijze dus niet in beeld gebracht en kan derhalve niet in de beoordeling betrokken worden.

We zijn erg benieuwd met welke oplossingen de gemeente Zwolle binnenkort gaat komen.

akoestisch hoogwerker

Handreiking Industrielawaai en Vergunningsverlening

Uitgave: Kenniscentrum Min. van Infrastructuur en Milieu

Deze handreiking biedt overheden een hulpmiddel bij het voorkomen en beperken van hinder door industrielawaai bij vergunningverlening. De handreiking is vooral bedoeld voor ambtenaren die adviseren over het geluidaspect in vergunningen.

handreikingindustrielawaaienvergunningverlening